Kerstherberg 2020

 

Het was de namiddag van kerstavond en Philip & Mehdi vetrokken als eersten op hun ronde.
Ze gingen de straat op omdat, weet ge nog, onze ‘kerstherberg’ dit jaar niet onder de vorm van een maaltijd in de kerk kon doorgaan.

We waren uiteindelijk met zestien vrijwilligers. Per 2 of 3 mochten we zo op 24 december aan 51 deuren aankloppen. Die zestien, dat is een bonte mengeling geworden van ook jongeren (baja, dat verhaal spreekt hen aan) en ook vluchtelingen (baja, zij geven graag).

In de namiddag en ’s avonds belden we aan met gebak of met soep, een handgeschreven kerstwens en de voelbare zegen van die oude belofte van menswording die ons op tocht deed gaan.

Wat vervolgens plaatsvond in het druilerige duister van kerstavond werd een ‘kerstviering’, weliswaar in een vorm die in niets leek op wat we andere jaren zalig noemen. Geen zee van mensen, geen geglitter. Wel echt.

Dat was het decor van 24 december op uw parochie dit jaar. Niets meer, niets minder. Een kerk die niet zegt ‘kom maar’, maar die zegt ‘mag ik bij jou komen’?

Mag ik -met een verlangen dat diep in de kom van onze ziel ligt te sluimeren, een verlangen dat ons altijd weer een beetje gelukkig maakt en waar we anderen altijd weer gelukkig willen mee maken- mag ik daarmee bij jou komen? Het gebeurde niet in een sfeertje van happy of merry, ‘t was eerder schamel. Dat is zowel verlossend als vreugdevol.

Wie goed luistert, schrijft Ter Linden, hoort hoe het verhaal zichzelf van zijn zoetheid ontdoet. Maar daarmee verliest het zijn warmte niet. Er blijft van alles uitstralen. Dat niemand op aarde zich verloren hoeft te voelen, bijvoorbeeld. Dat er een einde aan het lijden is, dat het licht niet dooft, dat wij deel hebben aan een vrede die alle verstand te boven gaat. En dat je dat allemaal goed moet onthouden, waar je ook woont.

25 december werd dit jaar trouwens voor iedereen op deze aardbol allicht een dag met wat minder glitter, maar àls het ergens Kerst mocht worden, dan gebeurde het misschien met des te meer gloed.

Philip en Mehdi vertrokken bij ons dus als eersten. Zij gaven ook als eersten een echo vanop hun tocht en in dàt telefoontje werd het me al duidelijk: we hebben kerst niét gered met dit initiatief. Kerst heeft ons gered. Zo is het altijd. Te vaak misschien hebben we al gedacht dat het andersom was...

Kerst heeft ons gered, en als we dat niet kunnen verstaan en toestaan, dan heeft de opstelling van een kerststal, dan heeft onze aangepaste tafeldecoratie en zelfs onze gang naar het altaar weinig, of minstens een andere betekenis.

Ook het nieuwe jaar starten we zonder vieringen rond dat altaar. Hoe we binnenkort Lichtmis of wat erna komt zullen kunnen vieren in 2021, dat zien we dan wel weer en zal natuurlijk ook met het vaccin te maken hebben. Nu eerst voor de komende dagen diep vertrouwen gewenst.
En indien de overheid er aan denkt om ons te vragen om met de vrijwilligers van de kerstherberg ook het vaccin rond te dragen, dan zullen we ook dat graag doen. Altijd paraat.

(Onderstaand kaartje werd gemaakt en bezorgd door N.B. die bezoek kreeg)