‘EEN KERK IS EEN PLAATS WAAR MENSEN ZINGEN MET ELKAAR’

We zijn de afgelopen jaren als parochie naar mekaar toegegroeid en met alle vrijwilligers een weg gegaan.
Dat was bij iedere werkgroep en op elke kerkplek anders. Dat ging gepaard met kansen en ontmoetingen, maar ook met bekommernissen en onzekerheden. We zijn ons daar als parochieploeg van bewust.

In onze parochie Edith Stein zijn we -dat weet u wel- gezegend met verscheidene koren en muzikanten; gelovigen die zich sinds heel wat jaren inzetten om het bidden en het vieren klank en kracht bij te zetten.
Om hen te erkennen, om hen te beluisteren wat betreft de evenwichtsoefening aangaande zang/muziek in de liturgie, en om te horen wat er leeft daaromtrent, organiseerden we met de zangleiders en muzikanten van de verschillende kerkplekken een bijeenkomst. Elk van hen heeft namelijk een specifieke rol in de liturgie, zowel wat koorzang als wat samenzang betreft; beiden domein van de ‘kunst van het vieren’.
Dicht bij Sint Cecilia, op maandag 25 november, ging die bijeenkomst door.
16 mensen waren aanwezig en dat stemt om te beginnen dankbaar. Dat mensen vanwege toch verschillende ervaringen bereid zijn om na te denken over hoe om te gaan met veranderingen in het parochielandschap kunnen we enkel toejuichen.

We startten met een inleiding over zang/muziek in de liturgie. Deze input werd gegeven door Jan Christiaens, musicoloog en vormingsmedewerker van ons bisdom. Uiteenlopende facetten en actoren die zorgen voor een goed samenspel tussen zang en liturgie werden uitgelicht.
Daarna lieten we, eerst in kleine groepen en vervolgens terug in de grote groep, de betrokkenen aan het woord. Heel uiteenlopende aspecten en vragen werden besproken; maar alles deel van het samen zoeken naar welke weg(en) we kunnen bewandelen.
Rika en Veerle zijn vanuit de parochieploeg de ‘meters’ voor zangers en muzikanten op onze parochie. Samen met hen nemen we nu wat ter sprake kwam mee naar de vergadering met de hele parochieploeg.

Dat we zingend eindigden, dat hoeft niet te verbazen. Verbazend of niet, maar echt: we zijn compleet vergeten een foto te nemen! Daarom eens geen beeld bij dit bericht.
Wel als alternatief: de woorden die gelezen werden tot slot (voor we zongen dus…).

Verder dan het gesproken woord reikt alles wat wordt gezongen. De spreekstem interpreteert en versmalt de ervaring ; maar het lied (eenstemmig, meerstemmig, strofisch of in beurtzang, kort als een kreet of langademig en hymnisch) is ruimer, raakt dieper. Een preek kan eventueel nog didactisch, dogmatisch, polemisch of ethisch zijn. Maar het lied is argelozer, vrolijker, doeltreffender dan iedere manier van spreken. Een lied kan vermaning, instructie en catechese zijn, maar als het goed is is het altijd méér. Het gezongen woord is het hart van de liturgie.

Iedereen kan zingen, iedere stem is goed genoeg. Zingen wordt ontdekt, ‘uitgevonden’, op ogenblikken dat er geen andere uitingsmogelijkheid meer is; aan een graf waar vier, vijf mensen met onbeholpen en ongevormde stemmen woorden zingen die ouder en groter zijn dan hun eigen geloof en ervaring: ‘Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf.’

Zingen is: je invoegen in een groter geheel, instemmen met vele anderen; met woorden die je misschien alleen maar samen met anderen aandurft. In een zingende gemeente ben ik met al mijn twijfels toch op mijn plaats, beveiligd door een heilzame anonimiteit; en wat iemand nooit uitspreken kon, dat kan hij vaak wel zingen, samen met anderen.

Over zingen niets dan goeds. Het lied is van allen en voor allen. Nooit is er niet gezongen. Het lied is niet zelden het enige bezit van de armen.
Zingen met de stelligheid van het vermoeden; met de zekerheid van de omgang. Zingen als omgangsvorm: mensen zo bejegenen dat zij worden teruggevoerd tot wat in hun eenvoudig en wezenlijk is. Zingen-met-velen: je gêne en cynisme afleggen, een beetje bloot worden en je niet schamen voor elkaar; en geen mens te min om mee te doen. (…)

Een kerk is een plaats waar mensen zingen met elkaar. Er zijn in onze wereld niet zoveel andere plaatsen waar dat ook gebeurt. (Huub Oosterhuis in ‘Kome wat komt’ p.16-17)

Tegen de tijd dat deze impressie verschijnt hebben de meeste koren al van kerst gezongen tijdens hun repetities. Hun liederen zijn te horen in vieringen op de parochie of buiten de parochie, in de liturgie of daarbuiten. Altijd is wel ergens een engel te horen.

Toch eerst nu nog wat advent.
De ideale tijd om gelijkgestemd te geraken.